Vanwaar samenleven? Laten we deze vraag eens onderzoeken door twee sporen uit te lopen die in deze vraag besloten liggen: Hoe ontstaat samenleving? en Waarom bestaat samenleving?
Primaire tekst: Het ontstaan van de politieke filosofie Moeilijkheid: 2 van 3 sterren
Aristoteles’ antwoord op de vraag hoe een samenleving ontstaat en waarom ze bestaat is te vinden in het tweede hoofdstuk van de Politica. Aristoteles, Politica, 1252a24 – 1253a18. Lees het fragment en beantwoord de vragen:
Om te beginnen is het noodzakelijk dat wezens die zonder elkaar niet kunnen bestaan, paren vormen. Zo doen vrouw en man dit omwille van de voortplanting: niet uit vrije keuze maar, net als bij andere dieren en planten, bestaat ook bij hen een natuurlijke begeerte om een exemplaar na te laten van dezelfde soort. Net zo sluiten wat nature leiding geeft en wat van nature zich laat leiden zich aaneen met het oog op hun voortbestaan. Wat in staat is met zijn verstand dingen te voorzien is van nature leidend en heersend, wat in staat is ze met zijn lichaam uit te voeren laat zich leiden en is van nature slaaf. Daarom delen meester en slaaf een zelfde belang. […]
Vragen bij het tekstfragment
-
Waarom ontstaat een polis? En waarom bestaat een polis?
-
De mens is zooion politikon, d.w.z.: alleen hij kan in een polis wonen. Leg op basis van het tekstfragment uit waarom dat het geval is. Maak in je uitleg gebruik van de ‘boven-menselijken’ en ‘minderwaardigen’ die worden genoemd.
-
De mens is ook zooion logon echon. Wat vermag de mens dankzij de logos wat het dier niet kan?
-
Het woord ‘natuur’ wordt in het fragment op verschillende wijzen gebezigd.
-
Maak een woordweb waarin je het woord ‘natuur’ verbindt met de ermee samenhangende begrippen. Omschrijf ook de verbindingen.
-
Bedenk waarom ‘de natuur produceert niets zonder doel’ dé vooronderstelling is waar Aristoteles’ politieke filosofie op berust.
-
-
Verderop in de Politica schrijft Aristoteles: ‘… een vereiste zowel om voortreffelijkheid te ontwikkelen als om het burgerschap uit te oefenen [dat alleen voor de besten is weggelegd] is vrije tijd [scholè].’ Aristoteles, Politica, 1329a3. Bedenk aan de hand van het tekstfragment waarom dat het geval is.
-
Op welke wijze filosofeert Aristoteles in bovenstaand fragment?