Pathos of pathetisch?

Waar is het pathos van de filosofie vandaag de dag? Wat te merken valt: je wordt al snel pathetisch als je over pathos spreekt. Wat betekent dat voor de (on)mogelijkheden van filosoferen?

Oefenen: Der tolle Mensch Moeilijkheid: 2 van 3 sterren

Lees onderstaand tekstfragment ‘Der tolle Mensch’ uit Nietzsches Fröhliche Wissenschaft volgens de Richtlijnen bij filosofisch lezen, en dan voornamelijk vanuit richtlijn 6: Wat gaat het mij aan?

Der tolle Mensch. — Habt ihr nicht von jenem tollen Menschen gehört, der am hellen Vormittage eine Laterne anzündete, auf den Markt lief und unaufhörlich schrie: „Ich suche Gott! Ich suche Gott!“ — Da dort gerade Viele von Denen zusammen standen, welche nicht an Gott glaubten, so erregte er ein grosses Gelächter. Ist er denn verloren gegangen? sagte der Eine. Hat er sich verlaufen wie ein Kind? sagte der Andere. Oder hält er sich versteckt? Fürchtet er sich vor uns? Ist er zu Schiff gegangen? ausgewandert? — so schrieen und lachten sie durcheinander.

Vragen bij de tekst

  1. Welke toon slaat der tolle Mensch aan? Is die serieus te nemen?

  2. Denk je eens in dat jij vandaag de dag een dergelijk stuk schrijft, in een dergelijke stijl en het inlevert bij je filosofieprofessor. Hoe zou dat beoordeeld worden, denk je? En hoe is die vermoedelijke beoordeling te verklaren?

  3. God is dood! Is dat een probleem? Neem met een paar omstanders de proef op de som: ‘Wie denkt dat God dood is? Vingers! En wie denkt van niet?’ En vraag dan eens aan een gelovige wat hij er nu van vindt dat hij bij een ongelovige staat, en vice versa. Is geloven of niet geloven een verschil dat verschil maakt in hun gedrag, hun leven?

  4. Elders noemt Nietzsche het christendom Platonismus für’s “Volk”. Als God dood is, dan ook het platonisme. De zon in het fragment staat dus voor Plato’s zon, de idea tou agathou. Wat betekent het voor de toetsingsvraag dat met de dood van God den ganzen Horizont wordt weggevaagd? Tip: Neem in je beantwoording als leidraad een vergelijking tussen de zonderling uit de grotgelijkenis en die zonderlinge tolle Mensch c.q. de ver-rukking van Theaitetos en de ‘verrücktetolle Mensch.

  5. Je maakt al snel een onderscheid tussen hoi polloi en der tolle Mensch. Maar bedenk dan wie God hebben gedood, aldus de laatste: ihr und ich! Wat zouden de spons en de messen zijn waarmee de Mörder aller Mörder zich bedienden?

  6. Nietzsches woord Gott ist todt wordt ook verwoord in de naam nihilisme. Daarvan schrijft Nietzsche:

    Nihilism: es fehlt das Ziel; es fehlt die Antwort auf das “Warum?” Was bedeutet Nihilism? – daß die obersten Werthe sich entwerthen. […] Der Nihilisme ein normaler Zustand.

    1. Hoe geeft de interactie tussen toller Mensch en omstanders ervan blijk dat het nihilisme een normale toestand is?

    2. (Op welke wijze) is deze Normalzustand te ervaren?

    3. (Wat) gaat het jou aan, deze interactie tussen toller Mensch en omstanders?

  7. Bedenk de volgende uitspraak: ‘Nietzsche ervaart nog de indifferentiëring van zijn en denken, bij Wittgenstein valt ook deze ervaring nog weg.’