Twijfelen

Als de oordelen die anderen voor je velden onjuist blijken te zijn, kan de twijfel toeslaan en kan je je gedrongen voelen zelf de juistheid van je oordelen te gaan waarborgen. Een gemakkelijke weg is dat niet. Gelukkig gaat Descartes ons daarin voor via de methodische twijfel. Sla zelf ook die richting eens in!

Oefening: Mediteren met Descartes Moeilijkheid: 2 van 3 sterren

Lees de eerste en tweede meditatie uit Descartes’ Meditationes de prima philosophia (1641) en beantwoord de vragen.

Eerste meditatie: Over dingen die in twijfel kunnen worden getrokken

Al een aantal jaren geleden heb ik gemerkt, hoeveel onwaars ik vanaf mijn jeugd voor waar heb gehouden, en hoe twijfelachtig alles is, wat ik naderhand daarop heb gebouwd. Daarom moet eenmaal in het leven alles in zijn geheel worden vernietigd en moet vanaf de eerste grondslagen een nieuw begin worden gemaakt, als ik ooit iets zekers en blijvends in de wetenschappen wil oprichten. Het leek evenwel een gigantisch werk, en ik wachtte een leeftijd af die rijp genoeg zou zijn, in die zin dat er daarna geen andere leeftijd meer kon komen die geschikter zou zijn om dit karwei aan te pakken.

Vragen bij de tekstfragmenten

  1. Lees de eerste zin van de eerste Meditatie. Welke vorm van vooroordeel heeft Descartes voornamelijk parten gespeeld in de aanloop naar zijn Meditaties, overhaasting of autoriteit?

  2. In hoeverre neemt Descartes in zijn filosoferen een open houding aan. Besteed in je antwoord aandacht aan de soort tekst en de grammaticale aspecten ervan.

  3. Welk probleem drijft Descartes in zijn onderneming? Wat zoekt Descartes überhaupt? Hoe hoe weet hij überhaupt waar te zoeken? Tip: ga op zoek naar de termen waarin het probleem wordt verwoord.

  4. Reconstrueer aan de hand van beide meditaties de gedachtegang van Descartes; noteer de uitgangspunten die achtereenvolgens in twijfel worden getrokken en waar dat uiteindelijk toe leidt.

  5. Geef aan de hand van passages in de eerste meditatie aan dat Descartes niet alleen afstand krijgt tot zijn vooroordelen, maar ook afstand neemt van zijn vooroordelen.

  6. Is Descartes een scepticus? Overweeg aan de hand van de eerste en tweede meditatie.

  7. Vergelijk de toestand waarin Descartes zich aan het begin van de tweede meditatie bevindt met de toestand waarin Theaitetos terecht komt aan het einde van het tekstfragment bij de oefening De arché van alle filosoferen.

  8. De derde alinea van de tweede meditatie eindigt met de vaststelling dat ‘… ik ben, ik besta, noodzakelijk waar is, iedere keer dat ik die zeg of in mijn geest denk.’ In zijn Discours de la méthode uit 1637 vat Descartes dit inzicht samen in het beroemde Je pense, donc je suis.

    1. Wat voor soort uitspraak is ‘Ik denk dus ik ben’, een synthetisch uitspraak aposteriori, een analytische uitspraak apriori of anders?

    2. Waarom is ‘Ik denk dus ik ben’ niet de conclusie van een sluitrede? Baseer je antwoord op het tekstfragment.

    3. Welke betwijfelbare vooronderstelling(en) kun je uit de ‘redenering’ halen?

    4. Wat is het belang van ‘Ik denk dus ik ben’ voor Descartes’ hele onderneming? Leg in je antwoord ook uit waarom de uitspraak ‘noodzakelijk waar’ is.

    5. Descartes noemt ego cogito het eerste. Dat is merkwaardig, want hij begint er niet mee maar komt daar pas op uit na zijn hele denkgang. Hoe zit dit?